Betaalrisico’s huurders

In de periode 2002-2012 is het aandeel huishoudens met een betaalrisico fors toegenomen tot 13% (de Groot e.a., 2014). Vooral in de huursector heeft een groot aandeel huishoudens te weinig inkomen om de huur en de minimale uitgaven voor het levensonderhoud (zoals het Nibud die heeft vastgesteld) te betalen. De huur vormt bij deze huishoudens een zeer groot deel van het huishoudbudget. Mede hierdoor wordt wel eens gedacht dat corporaties een bijdrage zouden kunnen leveren aan het beperken van betaalrisico’s.
In het onderzoek is de financiële continuïteit van corporaties als uitgangspunt genomen. Dit is gedaan aan de hand van de ratio’s die de financiële toezichthouders hanteren.
Corporaties beperkte invloed op betaalrisico’s
Het onderzoek toont aan dat corporaties via het huurbeleid nauwelijks invloed kunnen uitoefenen op de ontwikkeling van de betaalrisico’s bij huishoudens. Zelfs als wordt afgezien van huurstijgingen bij alle zittende huurders, daalt het aandeel huishoudens met een betaalrisico slechts in beperkte mate.
Dit concludeert het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) in de studie ‘Corporaties en betaalrisico’s van huurders’. Het PBL onderzocht in welke mate corporaties in staat zijn de betaalrisico’s onder huurders te reduceren. Uit eerder onderzoek (2014) van het PBL bleek dat steeds meer huurders te weinig inkomen hebben om de huur en de minimale kosten van levensonderhoud te betalen, uitgaande van de normen van het Nibud. In 2002 bedroeg dit aandeel nog 5% van alle huurders.
Bron: PBL.nl